Maurice Dierickx en Eugenie Vanderperren

Maurice en Eugenie wonen in Vossem en blikten voor ons terug op hun kinderjaren. Maurice knalde eens de venster van de buren aan diggelen met een katapult van de kermis. Eugenie hield het deugdelijker en vertelt hoe ze als meisje deelnam aan de processie.

Katapult

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

We trachtten zoveel mogelijk zelf te winnen van groenten. Daarom hadden we ook veld. Er werden altijd twee varkens vetgemest. En natuurlijk, die moesten op tijd een keer.  Het kot moest schoongemaakt worden. Die liepen hier op het binnenplein. Daarvoor moest je nog niet groot zijn om die tegen te houden met een stok in handen: een jong kind kan ook al hard slagen. Het varken merkte dat wel als hij wou doorkomen, voorbij komen om in de tuin te gaan. Dat was mijn job dan, om op de varkens te letten.

Dan had ik toch een keer op de kermis een katapult, dat was zo’n slinger. Terwijl ik aan het uitkijken was, had ik toch een steentje gepakt in die slinger om met die slinger naar de mussen te willen schieten. En dat was rechtover bij de buren, bij Riekes zoals we zeiden, de venster in. Ik deed alsof ik van niks wist. Riekes was dan buiten gekomen om te kijken wie dat gedaan had. En ons moeder had nog gezegd: ‘Ja, de onze is het niet,zenne,  want die heeft bij de varkens altijd gestaan’. Maar ik zeg: ‘Dat is goed, dan ga ik er nog een schepje bij doen. Ik geloof dat ik Willy van Marie Stuyck hier zien voorbij lopen heb.’ Riekes ging daarheen. ‘Neen, dat kan ook niet zijn’, zei die zijn moeder, ‘want die is hier niet weg geweest’. Oei oei, dat was een probleem dan, hé. Maar mijn geweten begon dan toch tegen de avond te knagen, zenne. Dan heb ik dat toch bekend gemaakt dat ik dat gedaan had. Ik had geen enkele mus geraakt, maar ik had de ruit wel.

(Onze-)Lieve-Vrouwmeisjes 

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Wij waren (Onze-)Lieve-Vrouwmeisjes, zegden ze daar tegen. Wij moesten de Lieve-Vrouw dragen. Elk jaar op de hoogdag, Ons-Heer-Hemelvaart, gingen wij rond in alle huizen, kloppen en bellen voor de processie, om iets te geven voor de processie. Wij waren de Lieve-Vrouwmeisjes. En ja, in de processie gingen we dan met die Lieve-Vrouw, en dat was zwaar op je schouders, daar waren wel kussens aan, maar dat was toch niet eenvoudig.

Maar nu om nog iets van die meisjes te zeggen. Elk jaar gingen we bij die dat erbij gekomen waren. Daar dronken we een glaasje wijn, en dat werden er soms twee. Allee, dat was plezant, en dan waren we goed gezind. En zo was er toch al het een en ander. Maar als we in de processie gingen, droeg Maurice de hemel. Net achter de Lieve-Vrouw kwam de pastoor met zijn ciborie en zo. En dat waren vier jongeren die de hemel droegen. En zo zagen we elkaar dan toch ook al wel een keer.